voeding en gedrag

Hoe voeding ons gedrag beïnvloedt

Vind je het interessant? Reageer en deel!

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn
Share on twitter
Twitter
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email

In deze blog staat de relatie tussen voeding en gedrag centraal. Zo zal ik allereerst aan de hand van een aantal wetenschappelijke onderzoeken uitleggen hoe voeding en gedrag elkaar beïnvloeden. Vervolgens komt de relatie tussen voeding, het functioneren van de darmen en gedrag aan bod. Ook nu blijkt uit een groeiend aantal onderzoeken dat veel klachten afnemen na bepaalde voedingsinterventies.

Ik heb besloten om het over dit onderwerp te hebben omdat ik mij zorgen maak om de toename van het aantal gedragsstoornissen.  Denk hierbij aan:  ADHD, ADD, schizofrenie, bipolaire stoornissen, depressie en angststoornissen.

Tijdens mijn onderzoek naar de biologische oorzaken van bovenstaande gedragsstoornissen kwam ik een aantal interessante onderzoeksresultaten tegen. Zo bleek bijvoorbeeld dat relatief veel mensen met autisme, last hebben van spijsverterings- gerelateerde klachten. Denk hierbij aan: reflux, buikpijn darmgasvorming, obstipatie en diarree [1], [2]. Ook is er vaak sprake van een verstoring van de darmflora met als gevolg een verhoogde darmdoorlaatbaarheid [3]. Dat dit consequenties heeft voor de opname van bepaalde voedingsstoffen spreekt voor zich.

Zo blijkt uit een groeiend aantal onderzoeken dat er een sterke relatie is tussen de kwaliteit van de darmflora en gedrag. In veel onderzoeken wordt de darmflora ook wel geduid als “Het tweede brein”[4], [5], [6]. Ergens is dat ook logisch. Zo worden veel stofjes (denk aan de neurotransmitters : serotonine of dopamine) die ons humeur beïnvloeden  voor een groot gedeelte ‘gemaakt’ uit aminozuren of vetzuren die vanuit de darm worden opgenomen in het bloed. Indien deze opname suboptimaal verloopt heeft dit drastische gevolgen op ons gedrag.

Vetzuren en ADHD

Vetzuren treffen we aan in sommige plantaardige of dierlijke vetten. Voorbeelden hiervan zijn omega-6 vetzuren die we veelvuldig aantreffen in zonnebloemolie. Omega-3 vetzuren treffen we aan in vette vis en sommige noten en zaden. Het blijkt dat omega-3 vetzuren van belang zijn voor de aanmaak van hersen- en zenuwweefsel.

Omega 3: een aantal klinische resultaten

Uit de Oxford-Durham studie waaraan 117 kinderen deelnamen bleek dat suppletie met een combinatie van omega-3 vetzuren spectaculaire resultaten gaf [7]. In slechts drie maanden tijd boekte de kinderen die vetzuren kregen negen maanden vooruitgang wat de leesvaardigheid betreft t.o.v. de placebo groep. Ook de aandachtsspanne, de mate van hyperactiviteit en impulsiviteit verbeterde aanzienlijk. Vergelijkbare resultaten werden geboekt in een aantal andere klinische studie [8],[9],[10]

Suiker en gedrag

Ook de invloed van suiker op ons gedrag is veelvuldig onderzocht. Voor een goed functioneren van onze hersenen is glucose  noodzakelijk. Wanneer er grote schommelingen in de bloedsuikerspiegel aanwezig zijn, heeft dit gevolgen op ons gedrag. Bij een te lage concentratie van glucose zien we dat de concentratievaardigheid afneemt en bij een te hoge bloedsuikerspiegel zien we dat er eerder sprake is van hyperactiviteit. E.a. wordt ook bevestigt in een Noors onderzoek. Uit dit onderzoek [11] blijkt dat er een relatie is tussen hoge innames van suikerhoudende frisdranken  en mentale stoornissen. Denk hierbij aan: angsten, gespannenheid, slapeloosheid en een gevoel van hopeloosheid. Interessant hierbij is om te vermelden dat in veel gevallen één glas frisdrank vaak al genoeg is. Zo bleek uit een onderzoek van Hemenway en collega’s dat kleuters die dagelijks al één glas frisdrank drinken agressiever gedrag vertonen t.o.v. kleuters de dit niet drinken. [12].

Voeding en geweld

Een wetenschapper die veel onderzoek heeft gedaan naar  relatie tussen voeding en gedrag is de Amerikaanse criminoloog prof. dr. Stephen J. Schoenthaler. In een van zijn onderzoeken waarbij de onderzoeksgroep uit jeugdige delinquenten bestond kwam hij tot een aantal interessante resultaten. Zo bleek na de juiste voedingsmaatregelen onder 8076 delinquenten; dat: gevechten, agressief gedrag,  bedreigingen en andere overtredingen in totaal met gemiddeld 47% afnamen. De afname varieerde hierbij van 21 tot 77%, met een gemiddelde van 47%. [13]. Andere onderzoeken bevestigen soortgelijke resultaten.  [14], [15], [16] Een centraal element in het onderzoek van Schoenthaler was ook nu het zoveel mogelijk elimineren van kristalsuiker. Zo werd  witte suiker vervangen door honing. Frisdrank, koekjes, snoep, ijs, jam etc. werden daarnaast gedurende het onderzoek niet gegeten.

Dichterbij huis pleit dr. Lidy Pelsser naast de juiste voedingsinterventies ook voor een uitbreiding van de huidige behandelprotocollen. Volgens haar wordt er mede door de ruimte criteria zoals beschreven in de DSM-IV te snel gegrepen naar Ritalin. Dr. Lidy Pelser heeft uitvoerig onderzoek gedaan naar de relatie tussen voeding en ADHD en heeft hierover tevens gepubliceerd in het toonaangevende tijdschrift “The Lancet”[17]  Na het toepassen van een individueel eliminatiedieet bleek dat 64% van de kinderen niet meer voldoen aan de criteria voor ADHD (vlgs: DSM IV).  Ze pleit er ook voor dat in de huidige behandelprotocollen psychologen meer samenwerken met voedingsdeskundigen.

Tot slot:

In deze nieuwsbrief heb  ik de relatie tussen voeding en gedrag vanuit een wetenschappelijke invalshoek belicht. Ik wil hiermee geenszins aangeven dat voeding de enige determinant is. Het spreekt voor zich dat er ook diverse erfelijke en psychologische factoren ten grondslag liggen aan bepaalde gedragsstoornissen. Het is vooral mijn doel om als onderzoeker en Orthomoleculair therapeut de andere kant van de medaille te belichten.

Ik zou het tof vinden indien je dit artikel deelt. Op deze manier kunnen we nog meer mensen bereiken met deze tips. Bovenaan dit artikel tref je een aantal knoppen waarmee je dit artikel eenvoudig kunt delen.

Dank alvast en tot de volgende nieuwsbrief!

Gezonde groet,
Ir. ing.  Mohammed Boulahrir
Orthomoleculair therapeut /Health coach & trainer

 

Gebruikte wetenschappelijke referenties voor dit stuk:

[1] http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/12846385
[2] http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/12010627
[3] http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/20683204
[4] http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3788166/
[5] http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3555881/
[6] http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3845678/
[7] http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/15867048
[8] http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/17825546
[9] http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/22786509
[10] http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC2661342/
[11] http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/17008578
[12]http://crcw.princeton.edu/workingpapers/WP13-10-FF.pdf
[13] Schoenthaler SJ. Diet and crime: An empirical examination of the value of  nutrition in the control and treatment of incarcerated juvenile  offenders. International Journal of Biosocial Research. 1983; 4:25 -39.
[14]https://www.ncjrs.gov/App/publications/Abstract.aspx?id=92810
[15]http://journals.lww.com/nutritiontodayonline/Citation/1985/05000/Institutional_Nutritional_Policies_and_Criminal.3.aspx
[16] http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/10706231?dopt=Abstract
[17]http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/21296237

Deel dit bericht met je vrienden:
Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *